Reflectie door Firoez Azarhoosh, kwartiermaker Samen Vooruit in Amsterdam, op het boek Het werk(t) aan alle kanten, pleidooi om werk opnieuw vorm te geven, uitgesproken tijdens de boekpresentatie in buurthuis Meevaart in Amsterdam op 9 oktober 2019.
Ik heb het boek van Roelien met veel interesse gelezen. In deze reflectie wil ik vooral ingaan op het werk van vrijwilligers, van wie er hier in buurthuis De Meevaart heel veel zijn.
Zo’n 80 vrijwilligers zorgen ervoor dat De Meevaart 90 uur per week open is voor iedereen uit de buurt. Hiervoor verzetten de vrijwilligers veel werk in allerlei vormen: iets organiseren, zorgen dat de bar draait en dat er altijd koffie is, de mogelijkheid om hier te eten of om het Repair Café te bezoeken, een boekpresentatie als vanmiddag.
Betaald werk bepaalt in belangrijke mate de machtspositie van mensen. Als je om je heen kijkt dan zie je dat dan zie dat de positie van de werkenden in de wereld moeilijker wordt. Werk verdwijnt en dat betekent dat er mensen zonder werk en daardoor zonder inkomen komen te zitten. En het is de vraag of er behoefte is aan deze mensen voor ander betaald werk. Of zijn ze te beschouwen als ‘overtollig’ voor betaald werk? De grote vraag is welke kant de ontwikkelingen op zullen gaan en ik ben er niet gerust op, want geen betaald werk betekent werkloos zijn.
Ik vind dat er een andere benadering van werk nodig is. Laten we eens uitgaan van al het werk dat nodig is om de samenleving draaiende te houden. Dan is vrijwilligerswerk zeker zo belangrijk voor de samenleving als betaald werk. Want werk gaat juist ook om zingeving. Mensen die vrijwilligerswerk doen zijn daarom niet overtollig, maar doen belangrijk werk voor de maatschappij. Sterker nog, vrijwilligerswerk is het fundament van de samenleving.
Als het vrijwilligerswerk wel zo beschouwd zou worden, dan zou het ook fair zijn om dat vrijwilligerswerk te belonen. Die beloning hoeft niet gelijk te zijn aan betaald werk, maar de afwezigheid van betaald werk en het wel doen van vrijwilligerswerk moet ook niet gezien worden als werkloos zijn. Het moet anders benoemd worden. Ik bepleit daarom een debat hierover, waarbij aan de orde is dat de overheid een vergoeding zet tegenover vrijwilligerswerk en op die manier de waardering uitspreekt voor deze vorm van werk.